1030 Smaakpolitie blijft mij maar vrolijk maken.

Onderuitgezakt voor de buis werd ik zeer laat op een uiterst prettige wijze gewekt door het verschijnen van nationale hoofd kwellebel Rob Geus. Geweldig, wat een entertainment brengt het SBS6 programma ‘De Smaakpolitie’ ons.

Rob, de Rotterdamse instellingskok met een hoog knuffelgehalte weet het altijd goed te brengen. Hij wilde zo graag controleur worden bij de VWA maar is in Zwijndrecht meermalen niet door de sollicitatieprocedure gekomen. Hij vindt feilloos het versleten koelkastrubbertje het vergeten bakje saus en de vettige afzuigroosters. Dit programma heeft een uitermate sterke ‘herautfunctie’. Dat wil zeggen dat het veel kijkers erop attendeert dat het in de Horeca niet allemaal even fris en schoon is.

Ik roep al jaren dat dit programma nóg veel leuker en interessanter gemaakt kan worden mits de productiemaatschappij eens afstapt van het ‘low budget’ principe. Eén directie auto minder maakt genoeg budget vrij voor de echte deskundige inhoud voor dit programma.

Het handenwas ritueel van Rob

Er gaat altijd van alles mis in dit programma. Niet bij de ondernemer die overvallen wordt maar meer bij de orakelende presentator zelf. Het handenwasritueel is een goed begin. Dat is niets nieuws, iedereen weet dat dit moet. Dan gaat de jas aan waarvan de kraag steevast omhoog blijft staan en de drukknopen ongebruikt blijven. Toch wil Rob zich presenteren als ‘Keurmeester’ en verplaatst zich door de bereidplaats met wapperende jas. Zou de cameraman en geluidstechnicus ook een witte jas dragen? Vast wel, het kan niet anders…

Dit is pas een écht vuil afzuigrooster Rob! Daar kan geen studentenhuis keuken meer tegen op.

Dit is pas een écht vuil afzuigrooster Rob! Daar kan geen studentenhuis keuken meer tegen op.

Het wordt pas leuk als Rob zijn mond open doet. Hij praat nog steeds over de Keuringsdienst van Waren. Giller! Die kreet wordt al een paar jaar niet meer gebruikt. Rob zal waarschijnlijk de controleur van de nVWA (de nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit) bedoelen.

De Sneker snackbar

‘Ons vet wordt zo om de 6(!) dagen ververst’ wordt Rob toevertrouwd door de uitbaatster. Whow, iedereen weet dat het erg spannend wordt met de kwaliteit van het vet dat in de regel iedere 4 dagen ververst moet worden. Rob pakt de ‘foute’ stripjes uit zijn tas en meet. Ja hoor in orde. De stripjes zullen vermoedelijk de vetzuur meetstrips zijn van de firma 3M. Dit is niet de wettelijk juiste maar vooral slechte maar vooral low budget meetmethode om te zien of het vet vertrokken is. De ondernemer krijgt in de echte wereld van de nieuwe VWA een boete op het DTPG gehalte (Zeg maar polymere vetverbindigen) en niet op vetzuurgehalte. Tja die meter kost iets meer dan die stripjes en je moet redelijk deskundig zijn om met dit apparaat om te gaan.

Het bezoek in Dordrecht, uitzending van 13 juni 2010

IJs afzetting in de vriezer is geen overtreding. Rob, waarom kijk je niet naar de temperatuur? Beter nog om het te meten. Alles moet minimaal -16oC zijn. Kijk de wetgeving er maar op na. Vriezer buiten is niet toegestaan overigens want de vriezer staat kennelijk in een bereidplaats. Ook al verstand van elektriciteit? Ga dan bij KEMA gaan werken dan.

Pff, wat een mooi programma. Ik raak er niet op uitgekeken. Van mij mag SBS6 hier nog vele jaren mee doorgaan. Altijd beter dan voetbal.

Uitzending in Wageningen en omgeving 20 juni 2010

Eindelijk, de wetgeving komt er een beetje in het programma. Mijn favoriete vriendin Maureen du Toît deed ook de tussenaankondigingen tussen de irritante reclameblokken. Zou zij eindelijk de boekjes bij de SDU aangeschaft hebben? Of de EU verordeningen gedownload hebben? Geweldig. Hij noemde al een boetebedrag van € 450,00! Dat intussen het bedrag omhoog is gegaan heeft onze reutel misschien in 2012 een keertje door.

Kruisbesmetting? Wat is dat voor moeilijk woord?

Beetje jammer dat Rob de kruisbesmetting nog niet helemaal snapt.

Terwijl Rob verder gaat met zijn moppercontrole in de Sneker snackbar, zien wij hoe de snackbarhoudster met haar vingers in de plastic snackbakjes grijpt om de bestelling gereed te maken. Dit is wel een strafbaar vergrijp die Rob niet eens ziet. Kruisbesmetting, Humor! Een ‘onzindelijke handelswijze’ heet dit officieel.

Dan de binnenkomst in een keuken waar iedereen druk bezig is met het bereiden van rauwe producten. Op zijn ‘popie Jopie’ manier wordt iedereen in de keuken een hand geven om vervolgens zelf de handen volgens zijn RdG ritueel te gaan wassen. Humor van de bovenste plank weer. Oh ja, draag geen omgeslagen mouwen in jouw jas. Dat is ook een vorm van besmetting.

Rob heeft de fenolftaleïne fles gevonden!

Hier worden de veelal basische zeepresten aangetoond die een wasmachine achterlaat op de vaat. Wasmiddel reageert alkalisch en fenolftaleïne is een indicatorvloeistof die knalroze kleurt. Een vloeistof die overigens niet in een bereidplaats thuis hoort.

Heeft het camerateam ook wel een witte jas aan?

Duidelijk is in de spiegels of andere glimmende oppervlakken te zien dat de cameraman en waarschijnlijk de geluidsman geen witte jas aan heeft. Gillen is dat. Rob, breng voortaan maar geen spiegels in het beeld, dan lijkt het net echt dat jij inspecties uitvoert zoals jij denkt dat het hoort.

Studentenhuis ritueel

Hilarisch wordt het altijd als Rob zich bij een studentenhuis naar binnenpraat. Daar is altijd een puinhoop te vinden. Iedere idioot weet dit ook. In Warenwettelijk opzicht heeft Rob daar niets te zoeken want het valt onder de noemer privéhuishouden. Toch komt hij er graag. Wellicht komt dit voort uit een latente frustratie dat hij liever Voedingsmiddelentechnologie had willen studeren? Nee, die bocht haalt hij niet denk ik.

Een plan van aanpak

Kritiek leveren is makkelijk.

Daarom geef ik enkele verbeterpunten aan Rob. Ik doe meteen de calculaties erbij. Handig voor het omroepbudget van 2011-2012.

1. Instructie: ‘Hoe knoop ik mijn jas dicht’ € 5,00

2. Een DPTG frituurvetmeter inclusief thermometer, € 450,00

3. Een set echte HACCP witte jassen met geborduurd logo vóór en achter € 250,00

4. Een exemplaar van de Horeca hygiënecode met de uitwerkings matrix € 250,00

5. Een cursus, ‘inspectiemethodes voedselveiligheid’ € 2.500,00

6. Spoedcursus ‘Levensmiddelenwetgeving voor dummies’ € 4.500,00

7. Een voedingsmiddelentechnoloog of wetgevings deskundige inhuren . Per uitzending € 1.500,00. Per jaar 20 uitzendingen voordeelprijs € 20.000,00

8. Cursus ‘Correct en creatief Nederlands’ € 1.250,00

9. Cursus ‘Beoordelings- en slecht nieuws gesprekken’ € 1.250,00

10. Cursus ‘Klantgerichtheid inclusief NLP technieken’ € 1.250,00

De meest ultieme uitdaging is weggelegd voor de visagist van SBS6, daar ben ik niet goed in.

Beste Rob, slijp de zaken maar een fijntjes bij. Zo wordt het programma professioneler en krijgt het een nóg hogere kijkdichtheid.

Zo niet, anders kun je het beste de gevleugelde uitspraak van Pim Fortuyn volgen: ‘Ga toch koken.’

Ik blijf altijd vrolijk als ik jou zie.

Bedankt!

1029 Gaten in de Warenwetgeving, deel 1

Thee mag naar mijn bescheiden idee alleen thee heten als er de topblaadjes van de Camelia Sinensis struik zijn verwerkt. Rooibos lijkt niet eens op thee, dat is een kruidendrank van Afrikaanse afkomst.

Thee mag naar mijn bescheiden idee alleen thee heten als er de topblaadjes van de Camelia Sinensis struik in zijn verwerkt. Rooibos lijkt niet eens op thee, dat is een kruidendrank van Afrikaanse afkomst.

Niets is leuker dan de randen van de wetgeving op te zoeken. Iedereen rijdt wel eens harder dan 50km per uur of passeert wel eens een donkergroen stoplicht. De Nieuwe Voedsel en Warenautoriteit krijgt ook aan de lopende band de smoezen te horen van ondernemers die het niet zo erg nauw nemen met de Warenwettelijke voorschriften. Het is natuurlijk een sport om te proberen om onder een bekeuring uit te komen. De VWA controleurs kennen het smoezenboek wel uit hun hoofd:

“Oh, deze koelkast is net stuk gegaan”; “Ik krijg nooit klacht, u bent de eerste die er wat over zegt”; “Tjonge, u bent wel èrg streng vandaag”; “De vorige keer was alles goed en nu mankeert er opeens van alles”; “De monteur is al gebeld hoor” etc.

De gaten in de wet zijn veel leuker.

De industrie maakt er een sport van om de gaten te benutten. Zou u ook doen of niet? Een snelheidsmeting in de bocht van de weg is ongeldig. Uw bekeuring wordt zo teruggedraaid als u eerst terecht bezwaar maakt natuurlijk. De braaf controlerende agent zal waarschijnlijk ook wel een paar problemen ondervinden met zijn volgende carrièrestap. Wij zullen eens wat warenwettelijke gaten voor u belichten…

De benaming thee

In tegenstelling tot de omringende landen mogen wij alles thee noemen. Ook al zit er geen theeblaadje in dat afkomstig is van de Camelia Sinensis struik. De mogelijkheid om allerlei vervalste drankjes aan te bieden is hierdoor levensgroot aanwezig. Het mag natuurlijk niet giftig zijn, anders overtreedt u Artikel 18 van de Warenwet. Thee gemaakt van gedroogde blaadjes van de ‘Senecio Jacobeae’ ofwel Jacobs Kruiskruid is natuurlijk verboden. Maar thee getrokken van reepjes karton met wat kleurstof en aroma erbij mag ik gerust thee noemen met een dosis gezonde fantasie.

Ingrediëntendeclaratie van restaurantvoedsel

Restaurant halen hun spullen nooit uit de supermarkt. Dat is gewoon te duur. Er zijn speciale Horecaleveranciers voor. Die bewerken de spullen voor de restaurateurs. Denk hierbij maar aan kruidenmengsels en andere exotische bereidingen. De afleverbon voor de restaurateur vermeldt uiteraard braaf wel wat er in de geleverde producten zit maar dat boeit verder niemand. De Warenwetgeving gaat ervan uit dat de kok altijd weet wat er in het eten verwerkt zit. Ook de ingekochte spullen. Ahum… hier klopt natuurlijk weinig van. Weet de kok veel of er Natrium Tri Polyfosfaat in zijn hamrolletjes zitten? Of dat er Nitriet in de worst zit die hij in de erwtensoep heeft verwerkt. Dan heb ik het niet eens over de allergenen. Je zult maar last hebben van een glutenallergie terwijl de kok niet eens weet welk type bindmiddel er in de kant en klaar saus gebruikt is? Vaak loopt dit goed af omdat het potentiële slachtoffer zelf alert genoeg is op dit soort zaken. Maar dat de Horeca een mooi speelterrein is voor de voedingsmiddelentechnoloog, dat is zeker.

De minimumclaim

Als ik een frisdrank maak met het zeer smaakvolle maar o zo dure Acerola sap dan mag ik zelf uitmaken hoe weinig ik hiervan toevoeg. Als ik het maar eerlijk op het etiket zet natuurlijk. Vaak wordt de werkelijke hoeveelheid versleuteld in een eenvoudig rekensommetje zodat half ‘etikettenlezend Nederland’ al afhaakt. De fabrikant kan bijvoorbeeld op het etiket zetten dat er 5% vruchtensap in zit waarvan 0,1% Acerola. In werkelijkheid betekent dit dat er maar 0,005% Acerola sap in zit. Toch even wat anders dan 0,1%! Er zijn zelfs voorbeelden bekend met een nóg lager percentage. De diervoeder industrie heeft al een interne maatregel uitgevaardigd tegen deze vorm van consumentenbedrog. Als er een ingrediënt zoals zalm of kip geclaimd wordt dan dient er minimaal 4% in te zitten.

Nog meer gaten?

Natuurlijk zijn die er! Wij zullen de rest van deze Warenwettelijke gatenkaas nader belichten. De consument laat zich al te vaak de kaas van het brood eten!

1028 De natte vakantiedromen van Pangasius

De stofzuigermond van de Panga zorgt ervoor dat deze vis grote hoeveelheden 'biologisch materiaal' kunnen verwerken.

De stofzuigermond van de Panga zorgt ervoor dat deze vis grote hoeveelheden 'biologisch materiaal' kunnen verwerken.

Het is weer vakantietijd!

De tijd van overvloedige hoeveelheden zonnebrand olie en ‘after party’ melk. De barbecue worstjes die verdacht veel naar petroleum ruiken en het lauwe bier dat je buurman je in een joviale bui inschenkt.

De komkommertijd ga ik aangenaam vullen met overpeinzingen over de laatste Pangatrip in Vietnam. Daar heb ik met tranen in mijn ogen de vijvers en de visverwerking in detail bestudeerd. Spontaan krijg ik medelijden met de Nederlandse consument die deze moddervissen massaal consumeert. Ik droom nu van zwemmende stofzuigers die intensief met Mekongmodder bezig zijn.

Tijdens mijn vakantie zal ik mij uitgebreid laten trakteren op lekkerbekken, uiteraard gemaakt van Kabeljauw, Koolvis, Schelvis, Wijting of Heek. De haring is toch nog niet te eten dus wijk ik maar uit naar een gerecht dat wél genoeg vet bevat. De lekkerbek. Die bevat snel 15% frituurolie terwijl onze nationale trots met moeite dit percentage haalt. In het najaar waag ik mij weer eens aan de haring die hopelijk net als iedereen, lekker moddervet uit deze zomer tevoorschijn komt.

Mijn visserijkennis ga ik weer opfrissen door in week 33 aan te monsteren op de Enterprise. Ongetwijfeld zullen veel matschappelijke thema’s de revue passeren zoals de kleur en korrelsoort van het zand van de Monkeybank. Of de correlatie tussen het gemiddeld vangstgewicht van de schol met het lichaamsgewicht van de schipper.

Daarnaast gaan wij het diervriendelijk verdoven van vis zachtjes aan voorbereiden. Een verdovingstechniek door middel van elektriciteit zal de toekomst worden. Daar gaan wij, samen met Imares hard aan werken.

Voor het eerst blijft het kantoor van Scienta Nova met een vakantiebezetting deze zomer gewoon open.

Wij zullen er weer in week 33 weer bij onze positieven zijn.

Graag wens ik iedereen een fijne vakantietijd en veel Pangaloze maaltijden toe!

1027 Pangasius kijken in Vietnam

Weer terug in Nederland met een grote koffer bagage en vele Euro’s en kilo’s lichter, kan ik terugzien naar een zeer geslaagde reis. Het eten was voortreffelijk, het weer lekker warm, de mensen erg aardig en ik had het niet beter kunnen treffen met mijn Vietnamese gids Laura. Met een pakket juiste vragen zijn wij snel tot de kern van heel wat zaken kunnen komen zodat de komende maanden de nodige analyses uitgevoerd kunnen worden.

De gastheren

Iedereen met wie ik op de visbeurs in Brussel reeds had afgesproken om te ontmoeten in Vietnam was aanwezig. Op alle vragen werd vlot antwoord gegeven, ik kon gaan en staan waar ik wilde. Uiterst deftige ontvangsten op de hoofdkantoren van de grootste Pangasius producenten en verwerkers. Allemaal eenvoudige auto’s voor de deur zoals wij in Nederland ook wel kennen. Men had al mijn vragen voorbereid en liet duidelijk merken dat men bijna dagelijks deze vragen voorgeschoteld kregen. Breed uitgeruste laboratoria met waterdichte analyselijsten.

Heldere antwoorden in de vijverhut gaven veel informatie over het reilen en zeilen.

Heldere antwoorden in de vijverhut gaven veel informatie over het reilen en zeilen.

De kweekvijvers van het helderste water

Hele mooie model kweekvijvers hebben we gezien. De medicijnen waren afwezig en de vissen waren lekker schoon. Wij hebben ook de Mekong gezien. Het water doet menigeen denken aan het meest heldere drinkwater. Daarom heb ik maar een paar flesjes met dit heilige water gevuld. Men bood zelfs aan om vijverwater mee te nemen ter analyse. Dat heb ik beleefd afgeslagen omdat ik altijd bang ben voor overgewicht in mijn bagage.

BRC certificaten en veel meer!

De voedselveiligheidscertificaten zien daar heel mooi uit. Ik heb maar een paar geluksnummers genoteerd. Daar kunnen ze in Nederland heel wat van leren. Als je serieus met kwaliteit omgaat verdien je alle certificaten. Ik weet nu hoe het moet.

De verwerking

Alle bedrijven zijn door een ringetje te halen. Veilige kleding en een feilloze productie zijn de paradepaardjes van Zuid-Oost Azië. Traceerbaarheid is gewoon 100%. De kwaliteit is zo goed dat in Vietnam zelf nauwelijks Pangasius te krijgen is. Die exportkwaliteit is zo kostbaar, dat kan de lokale bevolking niet betalen. Ook restaurants hebben veel moeite om Panga op de kaart te zetten. Wij Nederlanders kunnen hun veel leren op dit gebied.

Ziekte

Mijn huisarts kwam niet meer bij toen hij zijn diagnose van mijn opgelopen tropische diarree had gesteld. Met een grijns stelde hij een recept van vier kantjes samen die mij recht gaven op twee tassen met pillen:

‘Ik dacht dat jij verstand van goed voedsel had, Velzeprut!’

Wordt vervolgd…

1026 Omgekatte schol, tong en plofpanga in de aanbieding!

Van een bevriende relatie kreeg ik de klacht dat in Delfzijl wel erg voordelige scholfilet werd aangeboden.

“Scholfilet voor € 2,40/kg”, brulde het toonbankkaartje hem toe. In zeer kleine letters werd ook nog vermeld dat het een Pleuronectes Platessa vis betrof. Mijn kennis Kees Jan Kooijman, is van beroep visser die redelijk deskundig is op visgebied. Hij leest er wel eens een boekje over. Hij moest lijdzaam toezien hoe deze omgekatte schol in hoog tempo de viswinkel verliet. Het moet wel omgekat zijn want de doordraaiprijs van schol ligt rond de € 1,20/kg en bij het fileren verlies je snel de helft dus de prijs verdubbelt dan tot € 2,40/kg. Dan moet er nog aan verdiend worden? Ja natuurlijk. Neem een andere goedkopere vis en geef die de naam van schol.

Hier ligt een lekker maaltje echte schol. De vis met die grappige roeststippen...

Hier ligt een lekker maaltje echte schol. De vis met die grappige roeststippen...

“Kan dat zomaar Velzeboer? Worden wij zo niet vreselijk belazerd?” riep mijn visdeskundige uit. Iedereen weet dat de consument ‘gewiebeld’ kan worden waar hij of zij bij staat. Dit is een duidelijke overtreding van de Warenwettelijke regels die hierover gelden. Dit is allemaal te lezen in een boekjes met ingewikkelde teksten en zo. De Warenwet met alle daar onder gehangen besluiten en EU verordeningen, bijvoorbeeld. De vishandel kent helaas ook wat malafide figuren die gretig inspelen op de chronische ondeskundigheid van de argeloze consument. Vooral de Nederlandse consument vindt vis maar stinken en het is omdat de Libelle daar zo veel over schrijft dat het zo gezond is, dat het gelukkig steeds vaker gegeten wordt. Daar zijn de medicijnmannen van Nederland het wel over eens. Viseters leven langer en gelukkiger uiteraard!

Wordt er nog meer gesjoemeld met vis?

Weer is dit helaas een waarheid.

Onlangs kwam ik weer iets raars tegen. ‘Pacifische scholfilet’ stond er op het etiket en in letters eronder: ‘Handgefileerd’. Nu wordt er in de Pacifische zee geen schol aangetroffen. Dit is al een idiote bewering. Hetzelfde zou zijn als ik Bordeaux wijn verkoop en dat er in kleine lettertjes onder staat dat het gemaakt is van druiven uit een wijngaard op Antarctica.

Rock Sole

De officiële handelsbenaming hiervan zou luiden: Pacifische Schol…

De latijnse naam voor rock sole luidt: Lepidopsette bilineata en lijkt in de verste verte niet op de latijnse benaming van echte schol.

En hoe zit het met Panga?

Pangasius vormt onderhand het meest favoriete rommelterrein van de vishandel. Ondanks het feit dat de winstmarges bij deze vis zeer hoog zijn, menen sommigen om toch ermee te moeten sjoemelen. Het verkopen als Atlantische tong het verstoppen in de Kibbeling, ter vervanging van Kabeljauw en even vergeten de declareren op het etiket dat het met polyfosfaten behandelde vis is. Dan heb ik het nog niet eens over geïnjecteerde dan wel de getumbelde Pangasius. Na het ontdooien wordt er weer een stevige hoeveelheid water aan de vis toegevoegd om het economisch rendement op deze vissoort een beetje naar boven bij te stellen. Erg jammer is als zo’n visje op deze manier mishandeld wordt.

Pangasius KAN best lekker smaken. En dan vraagt de consument zich weer af waarom de vis bijna uit elkaar spat in de pan. Zo wordt de plofpanga geboren. “Allemaal natuurlijke sappen mevrouwtje”, roept de viskoopman in koor met een zwarte ring boven zijn hoofd.

Ronduit schandalig dat dergelijke praktijken kennelijk op grote schaal plaatsvinden. Dit is allemaal het werkterrein van de VWA die op een heel makkelijke manier hiertegen handhavend kan optreden. Deze etiketterings overtredingen kunnen niet meer met een simpel boeterapport afgedaan worden à € 450,00 maar hier komt zwaarder geschut aan te pas. Het betreft een economisch delict en daar zijn de tarieven wel ietsjes naar boven toe bijgesteld.

Kan men het ongeoorloofd injecteren van vis met polyfosfaten of met andere waterbinders controleren? Dat kan heel gemakkelijk op een beetje onconventionele manier. Doe een inval bij alle fosfaat leveranciers (het zijn er maar ongeveer 10) en noteer alle visverwerkers die in de administratie zijn opgenomen. Koppel meteen een inspectieronde ar aan vast en de kans is groot dat er een ‘heterdaadje’ geconstateerd kan worden.

Geen ‘boter bij de vis’ maar ‘boete bij de vis’ zal de lijfspreuk van de Nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit moeten luiden.

En dan maar hopen dat men veel vis gaat consumeren bij de eerstvolgende vrijdag barbecue.

1025 De sterren kok

‘Waarom noemen ze u een sterrenkok?’

Benny, zittend met zijn 2 meter postuur op een barkruk tussen zijn potten en pannen, moest wel even nadenken over deze introspectieve vraag. ‘Weet je, eigenlijk heb ik een hekel aan deze naam. Nadat die Franse bandenboer bij mij langs is geweest begon alle ellende.’

Een bijzonder natuurgebied

Benny, samen met zijn neef Klaas zijn de eigenaars van restaurant “In den blaauwen Jaeger” en bestieren samen al het eet- en drinkwerk. Een gezellige uitspanning, gelegen aan de rand van een natuurgebied, dat zo bijzonder is dat het verboden terrein is voor gewone stervelingen omdat de rood-geel gestreepte Madelief onmiddellijk zal uitsterven. De steltlopende Tureluur is het bekijken ook meer dan waard. Dat hebben knappe biologen vanachter hun baard naar de plaatselijke krant toe gemompeld.

Het toilet is de spiegel van de keuken. Ga een deur verder, luidt mijn advies.

Het toilet is de spiegel van de keuken. Ga een deur verder, luidt mijn advies.

De blèrende saus
Het restaurant is half gevuld met gasten en het begint al aardig hectisch te worden in de keuken. Benny, de rust zelve, draagt een koksbuis dat voor een leek het beste te vergelijken is als een soort priestergewaad dat tot boven toe is dichtgeknoopt en iets strakker om het lijf zit. Zijn muts torent hoog boven alles uit. Er staan inmiddels acht pannen op het vuur en de keuken begint zich snel te vullen met zware dampen. ‘Ik ruik een bederflucht Benny. Is die saus nog wel goed dat daar in de pan pruttelt?’ ‘Velzepruttel, die saus is een klein beetje over tijd en staat een beetje te rillen. Dan gooien we er wat zure room over die blèrende zooi en koken het effe op en dan kan het zo over het wild heen.

Wilde sauzen
’Wat voor wild serveer je zo?’Benny moest zwaar nadenken en zei vastberaden: ‘Ik serveer alles. Het is toch allemaal één pot nat. Reerug, hazepeper of tam konijn, of een of ander gevogelte het smaakt allemaal eender en je maakt het gewoon af met de Kwattakela saus weet je?’ Neef Klaas rende inmiddels naar het restaurant met acht borden op zijn linker arm gestapeld en Benny zette nog even zijn koksmuts wat scheef op zijn hoofd. ‘Zo, dit is de werkpositie van mijn muts, zie je? Zo kan Klaas zien dat ik straks mee kom helpen. ‘Wat voor vlees ligt daar in de pan te sudderen Benny?’ Ik begon al aardig trek te krijgen en wilde mijn culinair verstand wel een prikkelen. ‘Da’s geen vlees maar gevogelte, IJsvogel! Alleen weet ik niet meer welke soort nu op de kaart staat. ‘Klaas, wat voor een terrine zit er in de pan hier?’ Brulde hij naar het restaurant. Klaas liet drie borden vallen en antwoordde: ‘Dat moet je zelf maar invullen. Ik ben beeezig!’ Benny doopte zijn vinger in het kookvocht en snoof aan de onwelriekende dampen die vanaf zijn vingertopje omhoog stegen en mompelde. ‘Ik heb geen flauw idee maar het zal wel goed zijn. Volgens mij is het een Koeliwapper vogel.

Verrast door deze culinaire bekentenis trek ik de koelkast open waar blijkbaar het wild in bewaard wordt. Grote onverpakte stukken vlees worden zichtbaar, sommige beschimmeld en de andere bedekt met een glanzend laagje dat duidelijk maakt dat het tijdstip van veilige consumptie al voltooid verleen tijd is. ‘Wat is dit? Het lijkt wel allemaal bedorven!’ riep ik uit terwijl ik al richting spoelbak liep om over te geven. ‘Je stelt je wel een beetje aan hoor. Dit is allemaal edelwild en je weet toch dat wild goed moet besterven voordat het gegeten mag worden? Heb jij dat niet geleerd op dat schooltje van jou Wildeboer?’ ‘Ja maar dit is verrot vlees gewoon. De aldehyden en vluchtige basen voeren de boventoon in jouw gerechten.’ ‘Welnee zei Benny op kalmerende toon, een beetje sabayonsaus erover en je zit te smullen als een hongerige leeuw. ’Een Saba-wat saus?’ ‘Da’s gewoon wat opgeklopte gesuikerde eidooer met wat wijnzooi erdoor. Dat schuimt verschrikkelijk lekker. Wij noemen het kortweg sabbelaanmelulsaus.’

De alcoholist in het bos
‘Hoe komen jullie aan de naam de blauwe jager?’ Vroeg ik afrondend. ‘Hoe komen wij aan de naam?’ Joelde Benny weer naar het restaurant waar Klaas met een dweil in de weer was. ‘Welke naam bedoel je? Jouw slechte naam, mijn goede naam, de naam van de boze klant die net zijn haren aan het kammen is?’ ‘In den blaauwen Jaeger!’ Brulde Benny beheerst de eetzaal in. Klaas kwam weer de keuken in gerend met een stuk ganzenlever in zijn nek en hijgde met twee opschep lepels in zijn mond: ‘Onze naam komt uit de jachtwereld. Die lui gaan altijd dronken naar huis. Kijk, daar hangt een Delfts blauwe tegeltje boven de deur, die vertelt je de rest wel.’Inderdaad, op het bruine tegeltje prijken de volgende wijze woorden:

‘Een jager is een alcoholist die door het bos de kortste weg naar zijn stamkroeg neemt!’

1024 Vleeswaar geknutsel bij de COOP

In een vreselijk argeloze bui en in een opwelling van gezondheidswaan om 100 jaar te worden raakte ik in de COOP verzeild.

De supermarktketen die in Zwitserland stevig concurreert met de MIGROS, heeft nu (juni 2010) in Nederland een bijzonder product in de schappen liggen.

“Authentieke vleeswaren”, zonder toevoegingen bralde de verpakking mij toe.

Tjonge, zou het de Nederlandse vleeswarenindustrie toch gelukt zijn om ‘schone’ vleeswaren te produceren? Daar moet je wel een goede voedingsmiddelentechnoloog voor uit de kast halen om dat voor elkaar te krijgen. Vervanging van keukenzout is een van de grootste uitdagingen op vleeswarengebied momenteel.

Over deze productaanduiding zal de 'Nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit' gauw boos worden.

Over deze productaanduiding zal de 'Nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit' gauw boos worden.

Dit staat op het etiket:
<<
Slagers schouderham

Ingrediënten:

· Varkensvlees

· Keukenzout

· Glucosestroop

· Melkeiwit

· Stabilisatoren E450-E451 (Natrium difosfaat en Natrium trifosfaat)

· Antioxydant E316 (Dit is Natrium Erythorbaat)

· Conserveringsmiddel E250 (Natrium nitriet)

Voedingswaarden per 100g:

Energie 136 (138)

Eiwit 17,4g (17,3)

Koolhydraten 1,5g (1,9)

Waarvan suiker 1g (1,7)

Vet: 6,8g (6,9)

Waarvan verzadigd: 2,3g (2,3)

Natrium: 0,7g

Toegevoegd zout: 1,5g

EEG nummer NL-3776

Bewaren bij tenminste 7oC. Verpakt onder beschermende atmosfeer.

<<

Zelden heb ik zoveel cursusmateriaal verpakt gezien op één etiket. Een echte vleeswarengiller. Wij zullen ze even met u doornemen:

Geen e-teken: Het product is niet onder het e-teken afgevuld. Dat wil zeggen dat de inhoud in grammen ook daadwerkelijk in het pakje moet zitten en geen gram minder. Dit duidt erop dat men geen ijkwaardige weegapparatuur in huis heeft (wellicht oude machines) of gewoon vergeten is een vergunning aan te vragen hiervoor. Zo laat men snel 8% gewichtsrendement liggen. Maar wat geeft het, schouderham wordt toch met veel water geïnjecteerd.

“Zonder toevoegingen”: Dit betekent dat er niets aan is toegevoegd nietwaar? Ik tel naast vlees maar liefst 7 toevoegingen! Water laat ik even buiten beschouwing, omdat alle hamproducenten deze waardevolle grondstof toevoegen aan een kookham. Men maakt zelfs niet gebruik van de truc om de E-nummers weg te laten en deze additieven met naam en toenaam op het label te zetten. Dit is wat mij betreft een ernstige overtreding van de Warenwet. Sterker nog het is een economisch delict dat niet bestuursrechterlijk kan worden afgededaan. Dit komt altijd voor de rechter

“Antioxydant”: Vermoedelijk bedoelt men anti oxidant. Schrijffoutje, kan de beste overkomen.

“Energie 136”: De eenheid heeft men weggelaten. Officieel moet men het in kJ (Kilojoules) weergeven maar kcal (Kilocalorieën) mag ook. 136 kJ is wel erg Sonja Bakker achtig. Het moet 136 kcal zijn.

“Suiker 1g”: De decimaal ontbreekt. Dit is gewoon een slordigheidje. De voedingswaarde van dit product komt verdacht veel overeen van hetgeen in de NEVO tabel vermeld staat voor schouderham. De tabelwaardes zijn cursief achter de voedingswaarde gezet. Zou het overgeschreven zijn zonder laboratoriumanalyses uitgevoerd te hebben? Welnee, dat is toeval en weer vreselijk slecht gedacht van jou, Velzepekel!

“Bewaren bij tenminste 7oC.”: Vleeshumor van de bovenste plank. Dit betekent dat de koelkasttemperatuur drastisch omhoog geschroefd moet worden. Je mag dit product dus niet onder de 7oC. bewaren. Daar moet toch wel een bijzonder conserveermiddel toegepast zijn. Dit wordt een technologisch spannende opgave. Dit is een overtreding van een hele reeks artikelen wat mij betreft. Het WEL(Warenwetbesluit Etikettering Levensmidelen) is er eentje van.

“Verpakt onder beschermende atmosfeer.”: Aha, dat is het geheim van de COOP waarom de schouderham bij een temperatuur boven 7oC. bewaard kan worden. Nu weet ik waarom. Gooi de EU richtlijn 89/107 en EU verordening 2092/91 maar in de hoek en rommelen maar! De beschermende atmosfeer moet gewoon gifgas zijn. Wat leuk zeg! Etheen, Sarin, Zyklon-B, Methyl Bromide, Velzestink of Fosgeen bijvoorbeeld zijn beschermende gassen die de houdbaarheid aanzienlijk zullen verlengen en die tegelijkertijd de levensverwachting van de consument redelijk sterk zullen inkorten. In Duitsland of bij het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie heeft men vast en zeker nog wel een paar in onbruik geraakte gasrecepturen in het archief liggen.

Ik hou het niet meer!

Ik ga bijna kapot van het lachen

Ik ga nu aan de zuurstofcilinder

Ik ga desnoods WK voetballen kijken…

1023 De kaasmaker

Een kaasmakerij heet tegenwoordig een zuivelfabriek en een ouderwetse kaasmaker moet nu een operator heten. Vroeger kon je de melk in de kaasbak zien stromen, tegenwoordig wordt de melk van de ene tank naar de andere gepompt door allerlei mooi glimmende buizen die aan het plafond zijn opgehangen. Het zijn de operators die ervoor zorgen dat alles vlekkeloos verloopt en dat er geen druppel melk meer over de vloer gaat. Een beetje jammer dat die nostalgie verdwenen is. Waar blijft de romantiek en het lekkere knoeiwerk van vroeger? Mijmerde ik terwijl Theun, de laatste echte kaasmaker van Nederland, zoals hij zichzelf noemde, behoedzaam zijn eerste antwoord op mijn vragen bedacht.

Deze Holstein koe moet hard presteren om 8ton (!) mel per jaar te leveren. Kenmerkend is dat haar bekken zichtbaar wordt. Ook wel bekend als de ingeslikte klerenhanger.

Deze Holstein Frisian koe moet hard presteren om 10ton (!) melk per jaar te leveren. Kenmerkend is dat haar bekken zichtbaar wordt. Ook wel bekend als de 'ingeslikte klerenhanger'.

30 jaar ervaring aan de bak

“Van 10 kilo melk maak ik 1 kilo kaas. Een kind kan de was doen !” zelfverzekerd leunde Theun achterover in zijn bureaustoel, terwijl hij achteloos vier rode knoppen tegelijk indrukte. Het scherm lichtte 4 maal rood op om meteen daarna een afbeelding van Donald Duck weer te geven. “Die heb ik van een oud tante gekregen”, klonk het geloofwaardig.
“Theun, hoelang werk jij al in de zuivel?” Bracht ik naar voren om het gesprek in een meer professionele richting te sturen.

Theun wiste met driftige muisbewegingen een vervelend doodshoofdje, dat maar hinderlijk bleef knipperen.

Toen sloeg hij duidelijk zichtbaar aan het hoofdrekenen. “Hm, even tellen hoor, In 1980 stond ik aan de kaasbak en in 1985 had ik mijn eerste walvis gemaakt, In 1990 heb ik een vervolgstudie gedaan. Tjonge, ik werk hier al dertig jaar” Opgelucht over deze geslaagde rekenkundige inspanning leunde hij nog meer achterover, alsof hij nu zijn laatste werkdag aan het inluiden was

De leuke kaaswinkel

“Theun, jij bent dus aan de kaasbak begonnen en jij kent zo’n beetje het hele bedrijf. Welk werk vond jij het leukste dat jij in jouw lange carrière hebt gedaan?” Er verscheen een professionele glimlach op zijn gezicht. Eindelijk een interessante vraag. “De kaaswinkel is wel het leukste om te doen, dat doe ik nog steeds iedere donderdag. Wij verkopen daar al onze roodmerk kazen aan onze vaste klanten die uit de wijde omtrek komen om voor weinig geld veel kaas mee naar huis te kunnen nemen.” Wat vreemd dacht ik. Een winkel bij het bedrijf. Zou dit een mogelijkheid bieden om zwart geld te generen? Was dit een spaarpot voor het volgende personeelsfeest? Of deed men dit als tijdverdrijf voor het personeel?

“In de winkel verkopen wij alleen maar roodmerk kazen en kaas dat een klein gebrek heeft, zoals een gescheurde korst, misvorming of maakgaten erin. Een kaas krijgt een rood kaasmerkje als dit de laatste of de eerste van een productie run is.” Mijn twijfels over hun kwaliteit sloegen hard bij mij toe bij het horen van de kreet ‘gebreks kazen’. Zou dit kaas zijn waarvan je een splaakgeblek kunt krijgen? Of een slepend been of is men de melk vergeten bij deze kazen?

“Nee Velzekaas, dit zijn kazen die een verkeerde vorm hebben, een scheurtje hebben of gewoon te zout, te zuur of te bitter zijn. De klant proeft het toch niet en de echt erge kazen gaan naar een opkoper die ze vlot verkoopt op de zaterdagmarkt van Buitenpost”

Foute kazen

“Heb jij veel gebrekskazen geproduceerd Theun?” Omdat hij er zelf mee begonnen was, bedacht ik mij geen moment om de meest vreselijke details boven water te halen. “Je noemde dat jij in 1985 een walvis gemaakt had, was dit gevaarlijk?” Welnee, het roerwerk in de buffertank draaide een beetje verkeerdom en daardoor ontstond een bult in het midden van de tank.

” Wat is een wrongelbereider precies?” Dat is een tank waar de warme kaasmelk in stremming gebracht wordt zodat er een mooie wrongel uitkomt. Daarna verpomp ik de gesneden wrongel naar de casomatic. Daar wordt de kaas gestopt in de kaasvaten.” “Krijg je zo het kaasgebrek stopverfkaas?” Nee Velzewrongel, niet zo bijdehand doen. Stopverfkaas krijg je als je de melk te hoog pasteuriseert en daardoor veel weieiwitten in de kaas komen. De kaas wordt dan helemaal plakkerig.” Terwijl ik mijn volgende notitieblok pakte knikte ik begrijpend en liet merken dat ik, net als vroeger op school, weer helemaal bij de les was.

Door het raam van de bedieningskamer zag ik een vreemde robotachtige machine witter emmers uit elkaar trekken leek wel. “Wat is dat voor een ding daar?” “Dat is een volgertrekker, die de kaasvormen na het omlopen weer openmaakt.” Echt goed kon ik dit verhaal niet volgen maar ik maakte er uit op dat men aan tracking en tracing doet en dat er veel geïnspecteerd wordt. “Ik zie wat water lekken daar onder die hele brede transportbaan, is dat normaal?” “Ha, ha, dat is gewone perswei dat uit de kazen komt” “Zijn de kazen zwanger dan?” vroeg ik plagerig. “Nou moet jij mij niet in de maling nemen IJslek!, dat is allemaal kostbaar vocht dat jij niet hoeft te betalen. Mooi hè?”

Herrie aan de kaasbak

Er klonk een sirene waarop Theun meteen opsprong en de deur voor mij open hield. “Er is trammelant in het pekellokaal, nu is het tijd om te gaan. Anders vliegen de kazen me om de oren. Zolang jij hier rondloopt vliegen mij reeds de stofwrongeldeeltjes om de oren.” Aansluitend heb ik een productkeuring en dan kan ik de raspeigenschappen van de overjarige kaas beoordelen.

Nog voordat ik de mogelijkheid had om de volgende vraag te bedenken stond ik alweer buiten.

Een stuk wijzer besloot ik toch om het rode merkje weg te snijden en mijn kaas aan een degelijk onderzoek te onderwerpen.

Met mijn gezondheid gaat het nu een stuk beter.

1022 De Belgische frituurtenten

Onze Zuiderburen weten als geen ander hoe frieten klaar gemaakt moeten worden, smakelijk en met veel ongekleurde mayonaise erop met extra veel zout erin. Het liefst in een puntzak om de traditie van de gevangenis zakjesplakkers maar hoog in het vaandel te houden.

'De gezondheids apotheek' prijkt boven deze frietkraam in Brugge. Pure humor die bij menig medicus gemengde gevoelens zal oproepen

Patathumor bij onze zuiderburen die bij menig medicus of dietist gemengde gevoelens zal oproepen

Onlangs was via de site van het Federal Agentschap Voor Voedselveilighied (FAVV) een PDF te downloaden met daarin de hygiëneregels voor de frituren. Let wel, dit geldt niet voor de mobiele frituurwagens. Vreemd, want ik ben van mening dat die mobiele frietkotten juist iets meer aandacht nodig hebben ten aanzien van voedselveiligheid.

De frituurtemperatuur hoog

In deze folder staat dat de temperatuur van het frituurvet niet hoger mag zijn dan 180oC. Vreemd, want in Nederland is de limiet op 175oC gesteld. Daarboven is het meteen kassa!

Ben benieuwd hoe men dit op Baarle Nassau oplost. Daar slaan de controleurs van de VWA en de FAVV elkaar met de digitale thermometers om de oren. Moet er niet aan denken. Pure grenspatatlol!

Acrylamide

Hoe hoger de temperatuur hoe lekkerder de frites, da’s zeker. Dat er ietsjes meer schadelijke stoffen geproduceerd worden mag de Belgische pret niet drukken. Vanuit de aardappel kan het giftige Acrylamide gevormd worden dat veroorzaakt wordt door de reactie tussen het aminozuur Aspariginezuur en de aanwezige suikers in de aardappel.

Het lekkerst is friet dat gebakken is in paardenvet. De daarin uitbundig aanwezige vrije vetzuren en andere organische onzuiverheden zorgen ervoor dat de bouillon-achtige smaak overgebracht wordt op de frieten. En uiteraard goudgeel gebakken want wij hebben de vettemperatuur extra hoog opgestookt.

Vetkwaliteit

Men roept in de folder wel dat nieuw vet niet bij oud vet mag komen en helaas geen woord over de houdbaarheidstermijn van het vet tijdens het gebruik.

Men mag best noemen wat de schadelijke stoffen zijn als vet gedurende langere tijd thermisch mishandeld wordt. Er kunnen dan polymere verbindingen ontstaan die naar verluidt, erg schadelijk kunnen zijn voor de volksgezondheid. Een meetapparaat is wel te koop maar wel aan de prijs. Snel € 450,00. Deze DPTG waarde (Dimere, Polymere Tri Glycerides) mag volgens de Nederlandse wetgeving niet boven de 16% uit komen. Deze informatie ontbreekt helaas in de folder bestemd voor de frituuruitbaters.

Meldingsplicht

Net als in Nederland moet ieder bedrijf een calamiteit of ramp zelf aanmelden bij de VWA die er een risicobeoordeling op loslaat en mogelijk alsnog een bonnetje komt uitschrijven. In België geldt ongeveer dezelfde regel.

Let op hoe het aan de frituurtenten verteld wordt:

‘Als u een product dat u heeft aangekocht, klaargemaakt of geserveerd een risico voor de consument inhoudt, waarschuwt u onmiddellijk het FAVV. U neemt daartoe contact op met uw Provinciale Controle-eenheid.’

Er zullen veel telefoonlijnen bij moeten komen. Vast en zeker.

Ik ben vóór ‘den echten Belzen’ Frietkot.

1021 Het ei van Columbus van het Federaal Agentschap:

België is een uiterst prettig land om te toeven. Aardige mensen, uitstekende keuken en er wordt altijd zeer correct Nederlands gesproken. Althans in Vlaanderen en omgeving. De nummerborden op de auto’s zien er een beetje nostalgisch uit, de woningen heerlijk creatief gebouwd en de rooilijn is in elk dorps- of stadsbeeld een willekeurige variabele lijkt wel.

Zo ziet de consument en ondernemer het liever niet. Hier is de voedselveiligheid in het geding. De kleding moet in overeenstemming zijn met het werk. Alleen Rob Geus van de Smaakpolitie mag met open jas dit werk zo doen. Niet een officiële handhavende instantie. Afbeelding: Nieuwsbrief FAVV april 2010

Zo ziet de consument en ondernemer het liever niet. Hier is de voedselveiligheid in het geding. De kleding moet in overeenstemming zijn met het werk. Alleen Rob Geus van de Smaakpolitie mag met open jas dit werk zo doen. Niet een officiële handhavende instantie. Afbeelding: Nieuwsbrief FAVV april 2010

Een 10 jarig jubileum van het FAVV

Het Federaal Agentschap viert hierom dit jaar feest. Dit agentschap is te vergelijken met de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit dat slechts 90 jaar bestaat.

De Belgen hebben een heel andere uitleg over voedselveiligheid dan wij ‘Ollanders’, laat staan dat er sprake is van enige harmonisatie van de EU warenwetgeving. Die is zelfs bij onze zuiderburen ver te zoeken.

Om de zoveel tijd verstuurt men mij een nieuwsbrief. U kent dit wel, een digitaal ‘kijk hoe goed wij zijn’ blad dat steevast na enkele enthousiaste beginjaren verwatert. Niet in België. Daar worden best heel nuttige dingen gezegd die verband houden met onze zuidelijke voedselveiligheid.

Controleurs van de FAVV snappen zelf weinig van hygiëne?

In de nieuwsbrief van april 2010 is op een foto te zien hoe de controleurs met de hygiëne omgaan. Kennelijk hanteert deze dienst een interne richtlijn voor wat betreft controles die zijn vastgelegd in ‘de charter van de controleur’

Tenenkrommend is te zien hoe een controleur met de handen in zijn zak bij de boer op bezoek gaat. Lijkt Amerika wel.

In de charterregels van de inspecteur en controleur staat onder punt 7 dat ‘de kledij in overeenstemming met de opdracht moet zijn.’ Groot is mijn verbazing ook om in de officiële nieuwsbrief van het Agentschap een controleur te zien staand achter de toonbank met een thermometer metingen verricht in de koelvitrine van een patisserie. De losgeritste buitenjas heeft een controleur nog aan. Waar is zijn witte jas? Hij zal maar net van een boer vandaan komen. Nu hoeft de controleur niet met mondkapje en steriele handschoenen achter de toonbank van de patissier te kruipen maar van correcte kledij is uiteraard geen sprake. Sterker nog, de patissier zou hem zelfs kunnen aanspreken op een ‘onzindelijke handelswijze en hem de gehele inhoud van de koelvitrine in rekening kunnen brengen. In Nederland zullen dergelijke taferelen niet snel te zien zijn. Daar zijn de controleurs goed opgeleid. Ahum…

Hoe kan de FAVV de versheid van een ei controleren?

Het ‘Agentschap’ geeft de lezer uitbundige adviezen over het ei. De Warenwettelijke regels hieromtrent zijn in België ietsjes anders dan in Nederland.

Wanneer is een ei vers? Prevelt de nieuwsbrief ons toe. Er worden maar liefst drie mogelijkheden toegelicht om te controleren of de schepping van Moeder Natuur wel vers genoeg is.

1. Het eiwit van een vers ei moet stevig zijn? Uh, wat bedoelen ze ermee? Het moet toch zacht zijn en het liefst vloeibaar zodat het redelijk ongehinderd uit de schaal komt als ik het op de rand van de pan breek? Stevig eiwit kan veroorzaakt worden als het juist bedorven is. Men bedoelt natuurlijk de terrasvorming en de bolle dooier die zo kenmerkend zijn als een vers ei nog heel in de pan gedaan is. Het zijn de enzymen (lysozym) die de vliezen afbreken en alles een beetje slapper maken.

2. Niet getreurd want er is nog een tweede controlemogelijkheid: Doe een ei in een kom zout water en al het blijft drijven dan is het een oud ei. Vreemd, want in gewoon zoet water drijf een oud ei ook best. Een ei zal in zout water niet zo snel zinken. En hoe zout moet zoutwater zijn? Soep zout is 1%, zeewater is 3,5% en bremzout is 20% De dichtheid van de vloeistof loopt op van respectievelijk, 1,008, 1,028 en 1,155g per liter. Ik verzeker u, alle eieren blijven in zeewater al drijven.

3. Als u de wanhoop nabij bent biedt het ‘Agentschap’ een reddende testmogelijkheid of uw eitje wel echt vers is: Houdt u het ei dichtbij uw oor, schud het dan zachtjes heen en weer. Als u niets hoort dan is het ei vers. ‘Doet u hetzelfde met een oud ei dan hoort u de inhoud bewegen.’ Nadat u uw tranen heeft opgedroogd kunt u gerust op zijn dat het rammelende geluid niet van het ei komt. Dat zijn de twee hersencellen geweest van de bedenker van deze grap.

Hoe bewaar ik het best eieren?

‘Het beste is om eieren te bewaren met de punt naar beneden, zo blijft de dooier het best op zijn plaats. ‘Eieren moeten met het luchtzakje naar boven worden bewaard anders gaat de lucht naar boven en raakt het vlies los.’

Over deze logica mag u een tijdje nadenken.

Ik ben al schreiend in een hoekje gaan zitten met een cursus Vlaams in de ene hand en het ei van Columbus in de andere…