805 Het HBO onderwijs en het sigarenbandjessyndroom

Nergens is een groter contrast te vinden tussen de gemiddelde activiteiten binnen het bedrijfsleven en die binnen een gemiddeld onderwijsinstituut.

Het bedrijfsleven klaagt in koor over de kwaliteit van de gemiddelde afgeleverde student. Die weten misschien veel maar kunnen niks is een veel gehoorde klacht.

Hoe komt het dat de student steeds minder waard wordt?

Zijn de docenten dommer geworden?

Wordt er te weinig les gegeven?

Er is een andere verklaring te vinden voor deze hard hollende kwaliteitsachteruitgang.

Dit is wat er werkelijk aan de hand is:

 

Het rustoord

De aard van mijn activiteiten maken het soms noodzakelijk dat ik als gast aanwezig ben bij een dergelijke onderwijsinstelling.

Heerlijk! De rust. Het lijkt wel een Bio vakantieoord. Het looptempo van de aanwezige medewerkers is zelfs hierop aangepast dat significant correspondeert met een hoger dan gemiddelde BMI van de medewerkers. Zo komt de wandelkaart nooit vol, lijkt het.

Morsige studenten die permanent solliciteren bij de firma ‘Wees en loos’ lopen in een vermakelijke bui rond al of niet luid pratend over de buitenschoolse activiteiten van de komende 24 uur. Dat hoort er gewoon bij en zij zijn juist de belangrijkste klanten van een dergelijke instelling. Die hongeren naar kennis en hun karakters zijn nog flexibel en energiek. Zij hunkeren naar spanning en sensatie. Alleen hun leverancier laat een paar (!) steken vallen.

Het zijn niet alleen de bedrijven (gebruikers van de HBO producten) maar de studenten zelf die klagen dat ze te weinig kennis krijgen en daardoor vrezen dat ze weinig waard zullen zijn op de arbeidsmarkt.

 

De klaagcultuur

Terug naar de sfeerbeleving van deze HBO instelling met haar personeel. Opvallend is het gehalte aan klagers. Wanneer de bezoeker goed luistert dan realiseert hij zich met een schok dat het maar overéén ding gaat.

Veranderingen en ander procedureel geneuzel waarover je in het bedrijfsleven binnen 5 seconden een besluit neemt. Als toppunt van humor wordt ook de werkdruk in de beklaagdenbank gezet, die is immers veel te hoog. In feite gaat het om een ongewenste verlegging van de kerntaken waarvoor een docent is aangenomen. Al die bijtaken zoals eindeloos vergaderen, deelname in werkgroepen, studentencoaching etc. wijken sterk af van de kerntaak van een docent: Zo efficiënt mogelijk kennis overdragen. Punt!

Waar moet dat heen klinkt het vaak verzuchtend. ‘Ik heb het al zo druk. Ik heb vanavond ook een drukke afspraak want ik ben secretaris van de sigarenbandjes verzamelaars vereniging van deze stad en wijde omgeving. Het is erg leuk werk maar erg inspannend hoor!’ wordt er haastig aan toegevoegd.

Hij schuift zijn stoel behoedzaam terzijde en zijn naaste collega maakt zich op om eens op zijn vrije avond de postzegelverzameling bij te werken. Niet zo lang geleden heeft hij een vertandingsfout in een Bengaalse zegel ontdekt. De opwinding ten top!

Op zulke momenten schiet bij mij de broek vol (als hij niet reeds is afgezakt) van het lachen.

Waar gaat het eigenlijk over? Daar kan ik redelijk kort in zijn.

Nergens over.

 

Het geriatrisch complex in het onderwijs

Veranderingen die op de onderwijs (werk?)vloeren besproken worden zijn van een dusdanig kaliber waar het bedrijfleven de toiletjuffrouw over laat beslissen.

Dan het grijsheidsgehalte. Ik bedoel niet meteen het geriatrisch complex dat alom aanwezig is in de onderwijsgebouwen. Het gaat meer om de karakters van de werknemers.

Het wordt trouwens hoog tijd dat de overheid een meer dynamische werkgever gaat worden en meer werknemers stimuleert om extern te promoveren al dan niet met zachte drang.

Het meest erge is dat men als Overheidsdienaar niet alleen futloos en saai oogt maar het daadwerkelijk ook is!

 

De ambtenaar die wel wil?

En oh, wee gebeente als er iemand opstaat die anders wil gaan werken. Dan wordt de ongeluksvogel meteen gekortwiekt en direct het zompige moeras ingetrokken dat voornamelijk bevolkt wordt door uitgebluste, grijze schoolmussen die werkinertie en het navelstaren tot een ware kunst verheven hebben.

‘Kees ik heb een bandje van Carl Upmann, mag ik jouw Agio bolknak bandje dan? Nee Joop dat gaat niet die heb ik aan Willem beloofd maar ik heb wel een Willem II ongematteerd voor jou. Jaa, die zocht ik allang Kees! Wat vind ik dat fijn. Nu is mijn verzameling bandeloze sigaren bijna compleet! Ik kan niet wachten het vanavond tegen Toos te vertellen. Spannend hè?’

 

Dit zijn gesprekken waar bij mij in gedachten de witte konijnen meteen over het plafond gaan lopen. De muren komen op mij af en ik krijg neigingen om met een machete een paar hoofdzaken van bijzaken te scheiden.

 

Dergelijk gedrag als hierboven omschreven lijkt best wel grappig maar het is in feite in triest dat de Overheid een dergelijke mentaliteit als dat van een dood (grijs) paard toestaat. Dit zijn grappen waar je als bedrijf gewoonweg failliet aan gaat. Zo simpel zit het in elkaar. Dit kost bergen geld.

 

Ik noem geen namen anders word ik postuum van school verwijderd, diploma ongeldig en moet ik mijn schoolgeld terugbetalen.

Anders moet ik mijn suikerzakjesverzameling verkopen, ik weet wel waar ik de advertentie moet ophangen.

Die gedachte al!

Giller.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *