809 Engeland en lekker eten? Deel 2

Het Engelse ontbijt

Het suïcidaal handelsmerk van de Engelsen. Naast de ruime calorische inname die snel in de halve dagelijkse behoefte voorziet wordt de nog slaapwandelende Brit ruimschoots getrakteerd op:

Nitrosaminen die voorkomen in het soms zwart uitgebakken spek.

Cholesterol dat afkomstig is van de eieren en dat samen met de toast and marmelade voor een onverantwoorde LDL cholesterolpiek zorgt dat het bloedvatenstelsel teistert in de uren na dit ontbijt.

Verzadigde vetzuren afkomstig van het ontbijtspek en wellicht het roomboter waarin de eieren gebakken zijn.

Het collageen dat overdadig aanwezig is in de ‘breakfast sausages’ en ervoor zorgt dat dit ontbijt zeer matig te verteren is en voor lange tijd een vol gevoel geeft. De industrie heeft het collageengehalte al tot het minimum gereduceerd door er in royale mate broodkruimels in het product te verwerken. Eigenlijk kunnen we de ‘breakfast sausages’ het beste vergelijken met gebakken collageenhoudend stokbrood dat zich volgezogen heeft met bakvet.

 

Het Engelse bier

Van oorsprong is dit een zeer bederfelijk biertype. De ‘Ales’ zijn van oorsprong biersoorten waarin geen hop verwerkt is. Later toen de gehopte biersoorten kwamen, de ‘Bitters’ zoals de Engelsen die noemen zijn veel beter houdbaar als gevolg van de humulonen en andere bacteriocide, op blauwzuur gebaseerde stoffen die uit de hopbloem komen. De commerciële brouwerijen hebben de ouderwetse smaak ook nog weten te handhaven in de huidige bieren.

Het bier bevat nogal wat ouderwetse smaakafwijkingen. Het heeft een melkzuur-achtige smaak. Door het bier lauw te serveren wordt de kat ook nog eens op het spek gebonden. Bederf van het bier vindt in een moordend tempo plaats.

De schuimstabiliteit is bijzonder matig. Het gehalte aan koolzuur ligt om en nabij 2 gram per liter (Onze pilsener type bieren bevatten ruim twee maal zoveel CO2) en dat maakt het bier beperkt houdbaar en zorgt niet voor een goede schuimkraag.

Voor een technoloog vormt het proeven van de Engelse bieren een mooie excursie door het land van bederfgeuren, wortoxidatie, lichtoxidatie, kooksmaak, melkzuurbesmetting en een lauwe dorstlesser. Zo houdt hij zijn neus scherp en vakkennis op peil.

 

De Engelse theecultuur?

Engeland is een thee land dat weten we allemaal. De fijnste theesoorten worden naar Engeland geïmporteerd. Denk maar aan de beroemde First flush teas uit de Darjeeling streek. Peperdure thee dat als een soort Beaujolais Primeur direct na de eerste oogst Engeland ingevlogen wordt. Lekker is die thee wel. Alleen zij er minder luxe varianten te koop die een beetje meer normaal geprijsd zijn.

Het ‘High tea’ ritueel dat vele ook niet aristocratische Britten gebruiken lijkt meer op een stevige en vooral mierzoete uitgestelde middaglunch dan op het culinair genieten van een lekker kopje thee. Ik durf zelfs te beweren dat een Engelse consument zelfs geen verstand van thee heeft. Ze drinken de thee met een sloot melk in het kopje! Idioot gewoon. Iedere technoloog weet vanaf zijn eerste lesdag op school dat met name de melkeiwitten veel aromastoffen omhullen zodat deze niet kunnen doordringen tot onze smaakpapillen. Koffie en thee melangeurs, dat zijn mensen die verstand hebben van geuren en goede kwaliteit, beoordelen hun mengsel alleen in pure vorm. Zonder melk en suiker dus. De Engelsman compenseert het vervlakkend effect van de toegevoegde melk wel door de thee zeer sterk te zetten, zodat er iets van de oorspronkelijke smaak boven het mengsel uitkomt. Maar dat is minder efficiënt, klaagt terecht de zuinige Hollander. Zet het bakje leut maar een stuk slappe, laat de melk maar in de koelkast staan en zo sparen we onze portemonnee flink.

 

Een hekel aan Engelsen?

Integendeel!

Het is gewoon een gezellig volk dat een zeer goed ontwikkeld gevoel van humor heeft. De beste komieken komen er vandaan. Rowan Atkinson (mr. Bean) en John Cleese zijn twee uitstekende voorbeelden. Tel daarbij de humoristische televisie series bij op en dan lijkt het wel dat Engeland een groot pretpark is. Dat is de Engelse maatschappij niet helemaal, zeker als het op de verzorging van hun eigen gepensioneerden betreft. Die is ronduit beroerd te noemen.

De voedingsindustrie is wèl één groot pretpark. Nergens wordt er zo inefficiënt gewerkt als daar. Rigoureuze controlemaatregelen zijn daar ook nodig om dit maatschappelijk gevaar enigszins te beteugelen. Naar buiten toe doet men alsof zij alle voedselveiligheids wijsheid in pacht heeft.

Doet me altijd denken aan de spreuk: ‘De vuilste varkens willen het beste stro.’

Een pretpark zou het ook zijn als onze eigen VWA controleurs daar stage zouden gaan lopen. Die komen gewoon papier tekort om de boetebedragen op te schrijven.

Laat die Engelsen maar op hun maag letten.

Die moet met lood bekleed zijn.

Zucht!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *