816 Dansen op zee met Urkers 5 De spreektaal aan boord

Het mag duidelijk zijn dat het Urker dialect aan boord gesproken wordt. Hier is erg weinig van te verstaan, vooral wanneer een geanimeerd gesprek plaatsvindt tussen twee Urkers waarvan je het redelijke vermoeden hebt dat het over jou gaat.

Prachtig die vette klanken. Het lijkt een beetje op een mengeling van het Poederooyens dialect met iets Utrechts er doorheen met enkele West Friese harde taalklanken afgemaakt.

Snapt u er nu iets van?

Ik ook niet.

Dan zit het wel goed.

In die (te) korte werkweek aan boord van de PD147 ‘Enterprise’ heb ik enkele leuke uitdrukkingen en zegswijzen kunnen noteren.

Het taalgebruik is erg netjes. Geen onvertogen woord is er gevallen ondanks de pech die men vanwege het slechte weer heeft moeten ervaren. Veel schade aan de netten, knappende lijnen en een verspeelde drijfboei waren zo’n beetje de schadeposten van die ene week.

De naam van God wordt niet misbruikt.

Erg handig, de Bijbel als geheim wapen op de brug tegen lastig bezoek. ‘Had je het tegen mij? Velzeklets?’


Gevloekt wordt er niet, daar heeft men betere woorden en uitdrukkingen voor.

 

Urkers, vroom en recht voor zijn raap.

Als je aan het werk bent moet er soms kort gecommuniceerd worden. Soms zeer kort maar krachtig. Gezegdes helpen vaak om woordverspilling tegen te gaan. Er is vaak eeuwen lang nagedacht over de betekenis van een gezegde en bij herhaling is de waterdichtheid ofwel het waarheidsgehalte van een gezegde of spreuk weer gebleken.

De bemanning van de Enterprise was zeer openhartig naar mij toe en als er niets te zeggen viel bleef het gewoon stil. Niets aan de hand gewoon. Een oninteressante vraag werd met een stilzwijgen beantwoord. Gewoon de vraag nogmaals stellen dus.

Er wordt veel gebeden aan boord. Aan het begin en einde van de reis, voorafgaand aan iedere maaltijd en na afloop worden enkele passages uit de Bijbel voorgelezen.

Ook op de brug ligt een Bijbel. Het Boek heeft een handige omvang om iemand een goede dreun om de oren te verkopen. Vooral wanneer lastige, vragen stellende bezoekers langdurig op de brug rondhangen. Zo te zien is dat wel eens gebeurd, te zien aan het ‘duct tape’ waarmee het Boek is gerestaureerd.

Het maakt niet uit hoe vaak iets stuk gaat. Er valt niet één onvertogen woord en er wordt gewoon dóórgewerkt.


Graag wil ik met de lezer het plezier delen dat ik aan de uitdrukkingen heb mogen beleven.

 

Lawaai

“Een herrie als het oordeel, of oordeelsherrie” Gehoord uit de mond van Jacob Woort. Hiermee werd duidelijk gemaakt als twee mensen ruzie hebben dat het wel eens luidruchtig aan toe kan gaan.

Kennelijk bedoeld om aan te geven dat er een redelijke herrie uitbreekt als de dag des oordeels aanbreekt. Het hangt af van hoe zwart het geweten is uiteraard.

Ik zal alvast mijn oordoppen opzoeken.

 

Traagheid

“Die vent moet je met de duivel en de dood achterna zitten. Die is niet vooruit te bráánden” bulderde de schipper Jan de Boer toen de Franse loodsambtenaar op zijn gemak zijn tijd zat te verdrijven op de brug.

Ik zie het al voor me. Die arme kerel opjagen met de man met de zeis met wapperende zwarte pij tegelijkertijd zijn kapsel bijwerkend. Als dat niet genoeg helpt dan de gloeiende drietand van de duivel ook nog in zijn kont steken.

Een geweldig toneelstuk zie ik al voor mij: “Dansen met Urkers èn de dúvel!”

 

Slapen aan boord

Uitrusten doe je thuis maar in je eigen tijd. Aan boord moet gewerkt worden. In de zomermaanden waar dag en nacht gevist wordt, slaapt men alleen als het uitkomt. Soms is het een kort hazeslaapje. Dit noemt met een ‘knip’. Klopt ook wel want met een knip van het oog staat men al naast de kooi, klaar om te ontbijten.

 

Trekken

Trollen heet dit op z’n Urks. Lijkt een beetje op het Engelse trawlen. Zouden er toch Engelsen op Urk wonen. Ik hoop het eerlijk gezegd van niet want dan verleert men heel snel het werken.

 

Het hoekje om gaan

Bang voor gevaar is een Urker niet bepaald op mij overgekomen. “Als mijn tijd gekomen is dan zij het zo”, luidt het antwoord op mijn vraag of ze soms niet angstige momenten kennen. Het kan ook anders gezegd worden: ‘Je zit dan boven de sterren!’

 

Een kleibonk

Een derg wordt dit in het Urks genoemd. Dit is een harde klomp klei die soms uit de Noordzee gevist wordt en met een bijl aan stukken gehakt moet worden. Ik hoop dan maar dat een dergelijk klomp zich goed laat onderscheiden van een zeemijn anders breekt een onzalig vuurwerk los.

 

De eendagsvliegen

Het stikt van de vliegen op Urk. Weet je waarom? Die ene dag dat de vliegen leven willen de vliegen zo plezierig mogelijk doorbrengen.

 

Jenever en Lelystad

Een dominee treft een dronken visser die steun zoekt bij een lantarenpaal. ‘Weet u, dominee, het is toch een wonder. Het licht wordt in Lelystad gemaakt en hier brandt de lamp!’ Waarop de dominee antwoordde: ‘Ik ken een nóg groter wonder. Het wordt in Schiedam gestookt en kan het hier ruiken!’

 

Thuiskomst

Een Urker visser komt een dag eerder thuis dan verwacht en ziet zijn vrouw buiten hoog op een ladder de ramen zemen. Hij loopt er voorzichtig naar toe en geeft haar een klap op haar kont waarop zijn vrouw uitroept: “Een melk en twee vla”

 

Er zijn ongetwijfeld meer gezegdes en andere taalkundige grappen op te tekenen uit de monden van de bemanning van de Enterprise. Die komen ongetwijfeld de volgende keer wel boven drijven.

Ter voorbereiding ga ik het boekje eens lezen van Jaap Bakker:

‘Ik hou van Urk’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *