1115 Gaten in de Warenwetgeving, deel 2

Een gat is er om opgevuld te worden. Daar zijn politici erg goed in. Helaas werkt ons politieke bestel dermate gesmeerd dat het wel eens decennia duurt eer een gat gedicht is. Dat moet uw fietsenmaker eens proberen…

Het is niet zo dat de voedingsmiddelenindustrie een crimineel nest is dat Sodom en Gomorra preekt, maar men zoekt de randen van de wet op zoals dat zo mooi heet.
Verder praat men steevast als een politicus:
Je moet wel de waarheid vertellen maar niet alles.

De voedingsmiddelentechnoloog die dit etiket heeft goedgekeurd moet terug naar de schoolbanken of een andere opleiding volgen. Dit vlees bevatte maar liefst 8 toevoegingen om er ham van te maken. Deze claim maakt een nVWA controleur terecht erg boos.

De voedingsmiddelentechnoloog die dit etiket heeft goedgekeurd moet terug naar de schoolbanken of een andere opleiding volgen. Dit vlees bevatte maar liefst 8 toevoegingen om er ham van te maken. Deze claim maakt een nVWA controleur terecht erg boos.

Wij zullen weer een paar goocheltrucs van de industrie over het voetlicht brengen:

De fantasienaamtruc
Vissjoemelaars maken hier altijd handig gebruik van.
Lekkerbek, visfriet of een of andere huppeldepupsnack kan alles bevatten zolang het maar niet schadelijk is voor de volksgezondheid. Theoretisch zou het kunnen dat een visboer een gebakken schoen in de lekkerbek doet. Mits hij het aannemelijk kan maken dat dit niet schadelijk is voor de volksgezondheid en niet in overtreding is met Warenwet artikel 18. Een visboer hoeft net als een restaurant dit soort zaken niet te etiketteren. Een lekkerbek is gewoon een fantasienaam net als bakvis er eentje zou zijn. Het laatste woord zegt meer iets over ongetrouwde jongedames. Maar het is uiteraard ook in de visdetailhandel te gebruiken.
De wetgever gaat er automatisch van uit dat de brave uitbater de klant precies kan vertellen wat er allemaal inzit. Lachen is dat als je de snackbar binnenloopt.

De natuurlijke vruchten truc
In een vruchtentulband worden wel eens cranberries verwerkt. Kleine rode stukjes fruit die er uitzien als geconfijte vruchtjes. Het leuke van deze veenbessen (in goed nederlands) is dat ze naast veel Vitamine C een behoorlijk hoge concentratie Benzoëzuur E210 bevatten. Dit is een conserveermiddel dat uitermate goed werkt tegen de groei van gisten en bacteriën en kan in beperkte mate enzymen remmen. Cranberries zorgen dat de tulband niet alleen mooi uitziet maar ook dat deze lang houdbaar blijft.

Kruid of specerij
Dit is een uiterst wazig terrein op het gebied van de Warenwetgeving. Wat is het verschil? Naar mijn mening is een kruid iets wat afkomstig is van de bladeren van de planten. Specerijen zijn meer zaken die afkomstig zijn van zaden en andere tropische verassingen naar mijn idee. In feite alles wat vanuit de VOC tijd stamt. Een fabrikant hoeft niet precies te vermelden welk kruid en welke specerij hij gebruikt. Daarmee zou hij het recept vrijgeven. Op zich is dit niet zo’n spannend gegeven want een beetje laboratorium kan de inhoud van een product feilloos analyseren en zelf aangeven welke kruiden er naast gestaan hebben, bij wijze van spreken.

De marinade truc
Als vlees gemarineerd is, dan kan de fabrikant het aannemelijk maken dat er vocht voor nodig is om de marinade goed door het vlees te verdelen. Vlees bijvoorbeeld, wordt zelden droog gemarineerd. Je zou dan een vreselijk slechte verdeling krijgen van de kruiden door het vlees heen. Dat is toch zonde? Dan maar een waterig mengsel gebruiken om de marinade te verdelen. Een leuke eigenschap is dat vlees het vocht snel opneemt en ook een heel klein beetje veel zwaarder wordt. Lol!
Kijkt u maar eens naar gehakt waar geen marinade aan toegevoegd wordt maar een beetje antioxidant en citroenzuur bijvoorbeeld. Water wordt nergens vermeld. Dat komt er wel in riante hoeveelheden uit de gehaktballen tijdens het braden.

Technologisch hulpmiddel
Dit is een gat waar vrijwel iedere voedingsmiddelentechnoloog meteen induikt.
De definitie van een technologisch hulpmiddel is dat het tijdens het produceren in geringe hoeveelheden gebruikt wordt en dat het in het eindproduct geen enkele functie meer heeft.
Het water als omschreven in het bovenstaande voorbeeld is een technologisch hulpmiddel omdat het louter en alleen gebruikt wordt om de antioxidanten goed te verdelen in het product.
Een conserveermiddel behoudt zijn functionaliteit tot op het bord van de consument. Translutaminase is wat lastiger. (In columns 1018 en 1019 hebben wij dit enzym behandeld) Hiervan zegt de vleesindustrie dat het alleen bedoeld is om de geplakte stukjes vlees bijeen te houden voor het portioneren van de tournedos bijvoorbeeld. Er is ook veel voor te zeggen dat de functionaliteit behouden moet blijven tot het bord van de consument omdat anders het vlees als kleine stukjes van zijn vork valt. Redelijk lastig…

De meeste technologen kunnen door een deur met de nVWA

De meeste technologen kunnen door één deur met de nVWA

Voedingsmiddelentechnologen, immorele wetsovertreders?
Nee. Zij voelen zich over het algemeen goed thuis in het losse breiwerk van onze voedingsmiddelenwetgeving.

Da’s alles.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *