1332 Voedselveiligheid is dobbelen met Magere Hein

Soms fantaseer ik wel eens dat een kwaliteitsmanager van een grote voedingsmiddelenproducent zich achter bergen fiches verschuilt, gezeten aan een groene pokertafel met tegenover hem de man met de zeis die zijn pokertactieken camoufleert met een holle blik. Het duivels prentenboek wordt voortvarend geschud en het loven en bieden met de dood als inzet kan beginnen.

Cashewnoten die zwart beschimmeld zijn, aangetroffen op de markt in Vietnam, vormen een macabere inzet van een pokerspel met de dood

Cashewnoten die zwart beschimmeld zijn, aangetroffen op de markt in Vietnam, vormen een macabere inzet van een pokerspel met de dood

De praktijk is niet veel anders. Iedere dag worden er risico’s genomen omdat iedere producent domweg weet dat een risico van 0,0%  doodeenvoudig niet te bereiken valt. Het restrisico wordt gewoon erbij ingecalculeerd. Daar is weer een verzekering voor die uiteraard de assurantierisico op zijn beurt zo goed mogelijk moet inschatten en afdekken.

Welke risico’s zijn er in de voedingsmiddelen aanwezig?

Uitgaande van de HACCP systematiek kennen we drie categorieën:

Fysische risico’s. Dit zijn alle productvreemde delen die in een voedingsmiddel kunnen voorkomen. Het is overigens wel lollig te vermelden dat de NVWA een deeltje vanaf een grootte van 7(!)mm pas als een ernstig risico met mogelijk fatale afloop beschouwt. Dit is wetenschappelijk onderbouwd. Ik kan me best wel ernstige schade voorstellen als ik kleinere glassplinters oraal tot mij neem. Nu is het beslist niet zo dat de Nederlandse voedingsmiddelenindustrie zeven plaatst met een maaswijdte van 7mm maar er gewoon voor zorgt dat er 0,0% vreemde delen in het product terechtkomen. Hiervoor zijn strenge glas-, hout-, hard plastic- metaal procedures en maatregelen getroffen. En toch is het de op een na belangrijkste klachtenoorzaak. (Bovenaan staan smaakafwijkingen)

De chemische risico’s. Die zijn wat gluiperiger van aard en kunnen veroorzaakt worden door smeermiddelen, schoonmaakmiddelen en doodeenvoudig de chemische verontreinigingen die met de grondstoffen meekomen. Toevoeging van schoonmaakmiddelen aan voedingsmidelen lijkt een trend te worden. De zogenaamde QUAD’s, de quatenaire ammoniumverbindingen zijn desinfectiemiddelen die alom in de voedingsmiddelenindustrie gebruikt worden. Zij hebben als voordeel dat ze nagenoeg geur- en kleurloos zijn. Chloorverbindingen hebben als praktisch nadeel dat zij een smaakafwijking aan het eindproduct veroorzaken. Quad’s daarentegen kunnen bij ‘onbedoelde toevoeging’ ongemerkt hun werk doen door het eindproduct mooi te desinfecteren zodat de houdbaarheid fantastische proporties aan kan nemen. Veel malafide buitenlandse producenten van grondstoffen en voedingsmiddelen zijn hier redelijk bedreven in.

Ons dagelijks fruit kan zeer veel ziektekiemen herbergen. Wassen met water is lang niet effectief vanwege de hardnekkige waslaag waaronder juist de bacteriën zich verschuilen. Verboden desinfectiemiddelen doen wonderen.

Ons dagelijks fruit kan zeer veel ziektekiemen herbergen. Wassen met water is lang niet effectief vanwege de hardnekkige waslaag waaronder juist de bacteriën zich verschuilen. Verboden desinfectiemiddelen doen wonderen.

De microbiologische risico’s. Bacteriologisch bederf kan iedereen gemakkelijk herkennen als het brood beschimmeld is en wanneer er in een rotte appel gehapt wordt. In vleesconserven kun je de meest dodelijke vorm van microbiologische bederf aantreffen. Die van Clostridium Botulinum. Deze thermofiele sporevormer kan een gifstof produceren, het botuline, die ervoor zorgt dat de dood acuut optreedt. Na het innemen van één hap haalt de patiënt de deur niet eens. Vandaar dat de NVWA hier boven op zit en dat de vleeswaren producenten verplicht Natrium Nitriet E250 aan hun vleeswaren moeten toevoegen. Deze stof kan als enige de groei van Clostridium Botulinum verhinderen.

Wat zijn de speerpunten van de NVWA (Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit) anno 2013?

Ondanks de bezuinigingswoede van kabinet Rutte 2 houdt men zich moedig vast aan de 6 belangrijkste zaken op het gebied van voedselveiligheid:

  1. Voorkomen van productvreemde delen. Alle hierboven beschreven gevaren kunnen beheerst worden met tal van maatregelen. De NVWA let hier goed op en of de procedures waterdicht zijn.
  2. Traceerbaarheid van product en het handelen. Het mag duidelijk zijn dat de consument mag weten wanneer en waar het product gemaakt is. Verder geldt er in ieder bedrijf de verplichting dat alle handelingen ook te reconstrueren zijn. Dit kan vrij ver gaan. In geval van een calamiteit kan het beslist belangrijk zijn om te weten wie er allemaal in de productie rondliepen.
  3. Beheersing van de allergenen. Dit zijn stoffen waar sommige mensen die er (over)gevoelig voor zijn zeer heftig op kunnen reageren, mogelijk met de dood tot gevolg. Er is een lijst van 14 allergenen opgesteld waarvoor de verplichting geldt dat het duidelijk op het etiket gemeld moet worden als die er in zit. Verder dient het bedrijf geen rommeltje te maken met de opslag ervan. Dat producten met een gezond imago zoals selderij, mosterd en lupinemeel tot de allergenen horen is minder bekend.
  4. Migratie vanuit verpakkingsmaterialen. Alle kunststoffen bevatten weekmakers om te voorkomen dat deze bij het hard worden broos worden. Plasticfolie zou niet eens gemaakt kunnen worden zonder weekmakers. Dit zijn chemische stoffen die ervoor zorgen dat de plastic niet kan kristalliseren of iets wat daarop lijkt. Vaak zijn er minimale hoeveelheden nodig. Deze stoffen hebben de meeste invloed op onze hormoonhuishouding.  Er lopen genoeg studies om de lange termijneffecten te bestuderen. Dan hebben we het niet eens over onze nanodeeltjes. Dit zijn chemische en natuurkundige stofjes die nóg kleiner zijn en die wel fantastische eigenschappen hebben. Oppervlakte actieve stoffen zijn hier een goed voorbeeld van.  Hierover zijn ook veel onderzoeken gestart maar inmiddels is de nanotechnologie breed ingeburgerd in ons eetmilieu, net als DDT destijds was.
  5. Gebruik van additieven. Veel producenten vergeten deze stoffen op het etiket te noemen en weer anderen gebruiken geheimzinnige mengsels van toeleveranciers die braaf beweert dat hun cocktails niet declaratieplichtig zijn. Dit is een specialistisch terrein waar veel NVWA controleurs beslist niet goed in thuis zijn. Hier is veel grondstoffen en warenkennis voor nodig en ervaring.
  6. Gedrag van het personeel op de werkvloer. Met een paar gerichte vragen kunnen controleurs vaststellen of eer stel klojo’s aan de productielijn werken of goedwillende en geschoolde medewerkers. Immers, daar ligt de bron van voedselveiligheid. Hoe meer deskundigheid op de werkvloer, hoe minder ellende in het winkelschap.

Er wordt dan minder gedobbeld, reken maar!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *